Het verhaal van de Gilden

Gilden zijn ontstaan in de Middeleeuwen. Ergens tussen het jaar 1000 en 1500.

In de middeleeuwse steden, werkten de mensen met hetzelfde beroep samen. Ze vormden een soort vereniging. Een ambachtsgilde werd dat genoemd. Zo was er een gilde voor timmermannen, een gilde voor pottenbakkers, een gilde voor vissers, een gilde voor schutters, een gilde voor handelaren en nog veel meer.

Een gilde maakte met elkaar afspraken: bijvoorbeeld over hoe duur iets mocht kosten en hoeveel ze mochten verdienen. Ook werden nieuwe kinderen opgeleid in een vak.

Maar het belangrijkste was dat iedereen elkaar hielp in een gilde.

Er waren echter ook slechte mensen in de Middeleeuwen: roversbenden, vreemdelingen. Die wilden helemaal niet samenwerken en elkaar helpen. Die mensen wilden macht en aanzien. Ze wilden meer land en grond. Ze wilden de spullen voor de handel afpakken. Ze wilden de baas zijn van de haven en de schepen. Ze wilden de stad plunderen!

Maar dat wilden de mensen uit de stad natuurlijk niet. De slechte mensen moesten tegenhouden worden; ze mochten de stad niet in. Om de steden heen bouwden men een muur: een stadsmuur. De mensen in de stad gingen met elkaar de stadsmuren bewaken. En ook de stadspoorten werden extra beveiligd.

Het verdedigen van de stad werd niet alleen gedaan door de poortwachters. Ook de mensen van het van het schutsgilde hielpen mee. Het schutsgilde bestond uit boeren, burgers en buitenlui. Ze werden gildebroeders genoemd. Met elkaar beschermden ze de stad. Als het moest met wapens!

De stad werd verdeeld in stukjes. En de gildebroeders werden verdeeld in groepjes. Elk groepje moest een bepaald deel van de stadsmuur verdedigen. Eén iemand kreeg de leiding. Dit was de hoofdman.

In elk groepje zaten arme en rijke mensen. Iedereen nam zijn eigen wapen mee. Sommige namen een bijl mee of een groot mes. Anderen en zwaard. Weer anderen een handboog (oftewel pijl en boog). Alleen de rijke mensen hadden geld om een dure kruisboog aan te schaffen.

De gildebroeders gingen ook naar de kerk. Vaak hadden ze een eigen kerkje: een kapel met een altaar. Ze vertrouwden er op dat God hen zou helpen bij het beschermen van de stad. Het gilde koos een heilige uit, die hen zou helpen in de strijd. De heilige werd afgebeeld op een grote vlag: een vendel. Degene die het vendel draagt wordt vaandrig genoemd.

Elke gilde had ook tamboers met een trom. En bazuinblazers met een soort trompet. En vendeliers met een vendel. Als het moest, gingen ze in optocht gingen de vijand tegemoet. Alsof ze wilden zeggen: kom maar op, ons krijg je niet klein!

Het schutsgilde met zijn gildebroeders beschermde niet alleen de stad, maar zorgde ook voor de arme mensen en de zieke mensen. Ze hadden een eigen gildehuis, een schuilhut, Hier kwamen ze bij elkaar om te vergaderen. Ook werden er gezamenlijke maaltijden gehouden of werd er feest gevierd.

Het schutsgilde had dus een belangrijke taak!

En alle inzet werkte! De steden bloeiden op. De steden werden groter. De handel ging steeds beter. En er werd steeds meer van de wereld ontdekt. Het was niet meer nodig om de stadsmuren en stadspoorten met zoveel mensen te beschermen. De schutsgilden bleven wel bestaan, maar gingen andere dingen doen.

De schutsgilden kregen een eigen regelement. Dat noemden ze ‘de kaart’. Hierin werden de regels van het gilde opgeschreven.

Ze gingen ook wedstrijden organiseren: het ene schutsgilde ging tegen het andere schutsgilde strijden om wie het beste kon schieten. Daar moesten ze natuurlijk ook voor oefenen. Dat deden ze op hun eigen terrein bij hun schuilhut.

Ook waren ze vaak te zien bij speciale gelegenheden. Bijvoorbeeld bij feesten in de stad. Of bij een processie (soort optocht) van de Kerk. Of als er koninklijk bezoek kwam.

En deze dingen doen ze nu nog steeds!

Eerst waren er schutsgilden er om de stad te beschermen. En die schutsgilden bestaan nog steeds. Ze hoeven niet meer de steden te beschermen. Maar als we het gilde zien, dan denken we daar wel aan terug. Ze zetten de traditie voort. En eigenlijk zijn ze nog steeds beschermer van Kerk en maatschappij.

Ook willen de gildebroeders elkaar helpen; ze zijn bevriend met elkaar en staan voor elkaar klaar.

En de gildebroeders houden van ontspanning; de gilden strijden tegen elkaar met het schieten, het trommen en het bazuinblazen.

Schutsgilden bestaan dus al heel lang. En hopen nog heel lang te blijven bestaan!